Wanneer we de zijden van een rechthoekige driehoek benoemen, krijgen de volgende namen:
Wanneer we een aantal zijden weten kunnen we iedere hoek uitrekenen van deze rechthoekige driehoek: Let wel op: één hoek is recht, dus 90°.
Afhankelijk van welke zijden je kent of wilt berekenen kan je gebruik maken van de
Tangens, sinus of
cosinus.
Bij de
sinus hebben we de volgende twee zijden nodig:
Overstaande zijde en
Schuine zijde.
De fomule die we dan gebruiken wordt: